|
4.Tatoeage - stamboom
De honden moeten op de dag van de
Selectie vergezeld zijn van de originele stamboom.
Het tatoeagenummer van de hond wordt
gecontroleerd (oor, lies,...) en moet duidelijk leesbaar zijn.
Bij onleesbaarheid van de tatoeage kan de
hond voor de Selectie geweigerd worden.
5.Karaktertest
Bij het begin van de karaktertest meldt
de geleider zich met zijn aangelijnde hond bij de keurmeester.
5.1.Op aanwijzing van de
keurmeester zal de geleider met zijn aangelijnde hond een parcours van
ongeveer 100 meter afleggen met hierin 2 keer een 90°
richtingsverandering en 1 keer een 180° richtingsverandering.
Tegelijkertijd zullen zich zes tot tien
personen willekeurig op het terrein bewegen.
Aansluitend vormen deze personen een
groep. Op aanwijzing van de keurmeester volgt de groep de aangelijnde
hond op een horizontale lijn, en op ongeveer één meter achter de hond.
Een der personen heeft een plastic fles
in de hand, gevuld met keien waarmee hij gedurende het volgen van de
hond op ongeveer tien meter afstand een geluid veroorzaakt.
De hond mag op dit geluid niet angstig
reageren.
Na ongeveer twintig meter en op aangeven
van de keurmeester stopt de geleider en wacht af met de hond. Daarna
zal de groep een cirkel rond de hond en geleider vormen. De cirkel zal
zich sluiten rond geleider en hond. De groep moet zich naar de hond en
geleider rustig begeven en zeker niet dreigend.
De hond moet zich rustig gedragen en mag
geen paniekerige en/of schrikreacties vertonen.
Daarna gaat de geleider met de hond naar
een groepje van drie personen waarbij de geleider één van de personen
een handdruk geeft en een babbeltje slaat. Een andere persoon opent
een regenscherm op een natuurlijke wijze, niet bruusk
of bedreigend voor de hond.
De hond moet zich in deze situatie
natuurlijk gedragen en mag geen tekenen vertonen van angst en/of
onzekerheid.
Daarna begeven de geleider en hond zich
naar de plaats voor de veréénzamingstest. Ondertussen loopt er een
persoon voor de hond en imiteert een jogger waarbij de hond niet
agressief en/of angstig mag reageren.
Daarna zal er op een afstand van minstens
15 meter tweemaal een schot gelost worden met een alarmpistool van 6
mm
om de schotvastheid van de hond te
testen.
5.2.De veréénzamingstest.
Op aanwijzing van de keurmeester zal de
geleider zich met de hond naar de plaats begeven waar de hond aan een
lijn van minimum vijf meter aangebonden wordt.
De hond mag geen bevel krijgen te liggen
of te staan maar mag zich neerleggen of blijven staan.
De bindplaats van de hond moet rondom
toegankelijk zijn (niet aan een muur, afsluiting, etc.) zodat de hond
langs alle kanten zich vrij kan bewegen in zoverre de lengte van de
lijn dit toelaat.
Als de geleider de hond heeft aangebonden
verlaat hij het terrein en begeeft zich naar een plaats aangeduid door
de keurmeester waar de hond geen visueel contact meer heeft met de
geleider.
Na minstens drie minuten (deze tijd kan
door de keurmeester verlengd worden tot hij vindt dat de hond niet
meer onder invloed van de geleider staat) benadert de keurmeester de
hond en beoordeelt zijn gedrag.
Het is belangrijk dat de keurmeester geen
tekenen vertoont van enige onzekerheid ten opzichte van de hond om
alzo geen onzekere reactie uit te lokken bij de hond. De keurmeester
moet de hond op een natuurlijke wijze benaderen en mag, wanneer de
hond contact met hem zoekt, de hond aaien.
Indien de hond ligt, kan hij de hond,
door lichtjes aan de lijn te trekken hem verplichten recht te staan om
alzo zijn reactie beter te kunnen beoordelen.
In geen geval mag het de bedoeling van de
keurmeester zijn de hond angstig of agressief te maken en moet hij de
natuurlijke eigenschappen van het dier scherp in het oog houden.
De hond mag geen tekenen vertonen van
onzeker gedrag, mag zich niet steeds willen verwijderen van de
keurmeester en mag niet angstig agressief zijn.
De hond kan zich vriendelijk opstellen
ten opzichte van de keurmeester maar mag zich eveneens onverschillig
opstellen zonder de keurmeester te willen vermijden en te willen
vluchten.
Zowel vluchtgedrag als angstig agressief
gedrag worden hier zwaar bestraft en moeten aanzien worden als een
gedrag dat niet overeenstemt met het vooropgestelde positief sociale
gedrag.
Slaagt de hond niet in deze test, moet de
hond zich niet meer aanmelden voor het verdedigingswerk.
5.3.Het verdedigingswerk.
De pakwerker begeeft zich naar het door
de keurmeester aangeduide verstek. De keurmeester wijst de geleider,
met aangelijnde hond, de te volgen weg naar het verstek. Op bevel van
de keurmeester valt de pakwerker de geleider aan.
De hond moet de geleider verdedigen en de
pakwerker aanvallen en inbijten.
De hond wordt akoestisch en lichamelijk
met de stok bedreigd maar mag geen daadwerkelijke stokslagen krijgen.
De geleider mag de hond aanmoedigen en
mag gesteund worden zodra de hond ingebeten heeft.
De pakwerker beëindigt de aanval op de
hond op bevel van de keurmeester. De hond moet de pakwerker niet
lossen op bevel maar mag lossen met hulp van de geleider.
De pakwerker loopt ongeveer 50 stappen in
een door de keurmeester aangeduide richting. De geleider blijft ter
plaatse, houdt de hond aan de halsband en stuurt hem op bevel van de
keurmeester naar de pakwerker.
Op dat ogenblik draait de pakwerker zich
om en valt de hond dreigend aan.
De bedreiging is ook hier akoestisch en
zonder stokslagen.
De geleider mag de hond aanmoedigen.
Op aanwijzing van de keurmeester stopt de
bedreiging en de geleider haalt zijn hond op. Ook hier moet de hond
niet lossen op bevel.
De geleider meldt zich daarna met de
aangelijnde hond bij de keurmeester.
Honden die tijdens de bijtfasen lossen en
terug inbijten zijn niet noodzakelijk te falen.
Honden die de bedreiging niet weerstaan
door niet te willen inbijten en/of onvoldoende tekenen vertonen zich
te willen verdedigen of duidelijke tekenen vertonen van angst voor de
stokbedreiging moeten beschouwd worden als niet geschikt om de
Selectie te behalen.
5.4.Beoordeling van de karaktertest
Kwalificaties :
1 A :
Honden die een uitmuntend totaalbeeld
geven met een optimale indruk in hun verdedigingsdrang, sociaal gedrag
en zelfzekerheid.
1 B :
Honden die een zeer goed totaalbeeld
geven met een voldoende indruk in hun verdedigingsdrang, sociaal
gedrag en zelfzekerheid.
Teruggezet :
Honden waaraan de keurmeesters twijfelen
in ofwel hun verdedigingsdrang ofwel in hun sociaal gedrag.
Deze honden worden voor ten minste 6
maanden teruggezet en kunnen voor deze periode aan geen andere
selectiecommissie gepresenteerd worden.
Wanneer ze bij de tweede poging niet
slagen voor de karaktertest kunnen ze de Selectie niet meer behalen.
Ongeschikt :
Angstige, nerveuze, of niet schotvaste
honden en alle honden waarvan de keurmeesters karaktertest beslissen
dat ze ongeschikt zijn voor de Selectie.
Deze honden kunnen later niet meer ter
Selectie worden voorgebracht en kunnen eveneens niet gepresenteerd
worden voor het onderdeel schoonheid.
5.5.Algemeen
De gebrevetteerde pakwerker moet
een beschermende uitrusting dragen.
De stok om te bedreigen mag niet te sterk
doorbuigen.
Het verstek moet variabel gekozen worden
zodat de plaatseigen honden niet bevoordeeld worden.
De pakwerker moet de aanwijzingen van de
keurmeester volgen. De keurmeester beslist wanneer de aanval begint of
eindigt.
De overval is steeds gericht op de
geleider, niet op de hond. Grijpt de hond in het gevecht in, dan zal
de aanval op de hond gericht worden.
De slagstok dient als bedreiging maar mag
niet gebruikt worden om de hond daadwerkelijk te slaan.
De hond mag de pakwerker ook op andere
plaatsen dan de arm aanvallen.
Bij het begin van de vlucht moet tussen
de pakwerker en de hond een afstand van minstens 50 stappen zijn.
6.De keuring op de uiterlijke kenmerken
(schoonheid)
De keuring gebeurt door minimum twee en
maximum drie bevoegde
keurmeesters.
De identiteit (officiële stamboom en
tatoeage of chip) wordt gecontroleerd.
Er zal gekeurd worden volgens de
officiële FCI - standaard.
Alleen de honden met de kwalificatie
uitmuntend en zeer goed krijgen de Selectie, op voorwaarde dat ze
geslaagd zijn voor de karaktertest.
De kwalificatie "uitmuntend" wordt
slechts toegekend aan honden die het voor het ras te stellen ideaal
beeld zeer nabij komen en daarvan slechts door kleine onvolmaaktheden
of een enkele zeer geringe fout afwijken.
De kwalificatie "zeer goed" wordt
toegekend aan honden die het ideaal beeld wel nabij komen, maar door
meerdere onvolmaaktheden, dan wel door een enkele fout van iets meer
ernstige aard, niet in aanmerking komen voor de kwalificatie
"uitmuntend".
Wanneer de hond voor dit onderdeel niet
slaagt en alzo geen kwalificatie "uitmuntend" of "zeer goed" wordt
toegewezen kan de hond geen Selectie krijgen.
Het niet slagen voor dit onderdeel heeft
als gevolg dat de hond de Selectie nooit kan verwerven en dat hij/zij
in de toekomst niet meer kan voorgesteld worden.
|